© PHA Duivenvoorden

Kookboek    Adressen    

 
 

Kadmium rood licht

Kobalt violet

* Ultramarijn licht

* Kobalt blauw

* Sap groen

Kadmiumgeel citroen

Kadmiumgeel donker

** Kadmium oranje

Engels rood licht

Caput mortuum

* Gebrande omber

* Boheemse groene aarde

Gele oker licht

Goud oker

Gebrande sienna

Ivoor zwart

Een kleurencirkel is niets anders dan een kleurenschema dat schilders gebruiken om te kunnen bepalen met welke kleur ze een bestaande kleur in het schilderij kunnen ombuigen, aanvullen, versterken, verzwakken. Zonder zo’n schema wordt het doelgericht mengen van kleuren een lastige zaak. Schilders denken overigens zelden of nooit aan een kleurencirkel. Het is meer iets wat je moet weten om het te kunnen vergeten.

Om te kunnen werken met kleuren is het handig om de kleurnamen van het basispalet uit je hoofd te kennen. Eigenlijk is het onontbeerlijk. Hierboven staan ze op een rijtje. Door de kleurnaam te kennen wordt het makkelijker de eigenschappen van de pigmenten te onthouden, zoals de mate van transparantie, de benodigde hoeveelheid en hoe een kleur zich gedraagt in mengsels met andere kleuren en meer.

* Krapplack donker

Kobalt groen

** Blauw grijs

In bovenstaande kleurencirkel is goed te zien waar het mengsel van gebrande omber met ultramarijn zich bevindt in het geheel. Het vult de leemte tussen groene aarde en caput mortuum. In dit gebied liggen de grijs tinten van warm- tot koelgrijs die niet als pigmentkleur voorkomen.

Er bestaan twee soorten kleurmenging lichtmenging en stofmenging. Bij lichtmenging of additieve menging wordt gekleurd licht overelkaar heen geprojecteerd en bij elkaar opgeteld. Bij lichtmenging is het eindresultaat van menging wit. Wit is alle kleuren samen. De primaire kleuren grenzen direct aan het wit. Dit zijn licht geel, cyaan en magenta. Groen, rood en blauw zijn de secundaire kleuren. (in boekjes over kleur staat dit vaak andersom).

Het mengen van verf is stofmenging of subtractieve menging. Bij stofmenging worden kleuren van elkaar afgetrokken. Het eindresultaat van stofmenging is zwart. Als we de drie primaire kleuren zouden mengen en daardoor alle kleur zou worden geabsorbeerd, houden we zwart over. Zwart is de afwezigheid van kleur.

Licht- en stofmenging

Sir Isaac Newton boog in de 17e eeuw de rechte lijn van het kleurenspectrum tot een cirkel. Daarmee was de eerste kleurencirkel een feit. Dit betekende een grote doorbraak in het denken over kleur. Voor het eerst werden de onderlinge verbanden tussen kleuren zichtbaar. De kleuren zijn in de cirkel van Newton nog onregelmatig verdeeld.




Sinds Newton zijn er vele pogingen gedaan om tot een definitieve kleurordening te komen. De laaste wijziging dateert van 1975. Toen werd magenta voor het eerst als hoofdkleur erkend (in lichtmenging).

 

** Warm grijs

** Koel grijs

Lichtmenging

Stofmenging

Optische kleurmenging

Bij optische kleurmenging ontstaat de kleur die we zien door menging van licht. Als het om een schilderij gaat dan ontstaat de kleur voor een deel tussen het doek dat het licht reflecteert en ons netvlies. Het gereflecteerde licht mengt zich terwijl het de afstand tussen het doek en ons netvlies overbrugt. Er vindt tegelijkertijd ook een vorm van subtractieve menging plaats. Daarom heet deze mengvorm partiële menging, een vorm van optische menging.


In vorige eeuwen pasten schilders deze vorm van mengen al toe door transparante of half dekkende kleurlagen van verschillende kleuren over elkaar heen te zetten. De kleuren worden daarbij niet in verf (stof) gemengd, maar in het licht dat door de verflagen heenvalt en op de witte grondlaag van het doek wordt gereflecteerd. De pointillisten pasten deze mengvorm toe door kleine toetsjes van verschillende kleuren dicht naast elkaar te zetten. Het gereflecteerde oppervlaktelicht vermengt zich op een soortgelijke manier tot één kleurindruk.

Kadmiumrood                   

Alizarin-Krapplack donker *

Ultramarijn licht *

Kobalt blauw *

Kadmiumgeel donker

Kadmiumgeel citroen

Kobalt violet

Permanentgroen *


Engels rood

Gebrande omber *

Gele oker

Gebrande siënna

Ivoorzwart

Titaanwit

De proef van Maxwell hierboven met de kleurtol laat zien dat geel en blauw in lichtmenging geen groen geeft. Het licht dat op de draaiende tol valt wordt gereflecteerd en gemengd. De kleuren worden bij elkaar opgeteld en het mengsel schuift in de richting van wit.

Permanent groen

** Rood grijs

  1. *     Een klein beetje wit is

       bijgemengd.

* *  Mengkleur uit twee kleuren.

* Ultramarijn violet

w  Primair

k

w

k

w

k

    Secondair


    Aardkleuren




    Zwart

    Wit

w              = warm

k               = koud

Primair      = komt niet voort uit 

                    menging.

Secondair = heldere kleur uit menging.

Tertiair      = aardkleur uit menging.

Zwart        = afwezigheid van kleur

Wit            = alle kleuren samen


Primair en secundair zijn de heldere kleuren op de rand van de kleurencirkel. Tertiair zijn de aardkleuren die bestaan uit de aardpigmenten aangevuld met mengkleuren.


* Links is iets wit in gemengd om de kleur zichtbaar te maken op de zwarte achtergrond.

Rechts is op elke kleur wat meer wit in gemengd om de witmenging van de kleur te laten zien.

Warm en koud zijn relatieve begrippen. Een kleur is warm of koud tenopzichte van een andere kleur. Dezelfde kleur kan zowel warm als koud zijn, afhankelijk van de kleur die ermee wordt vergeleken.


Alizarin Krapplack is bijvoorbeeld koud tenopzichte van Kadmium rood, maar warm tenopzichte van Ultramarijn.

© PHA Duivenvoorden

  

dewerkplaats.it